bali

Be yourself

And there it hit me, in the middle of the day. Homesick all over. Indonesia I miss it. Die heerlijke island groove, de rust, & sereniteit die er over mij heerste, de easy going vibes, het eten, de zee, het strand. Boy oh boy. Of het nu komt door het zonnetje wat spontaan opzet of de laatste posts op throwback Bali foto’s op instagram. Ik ben homesick.

Tegen het einde van de ochtend, weet ik dat ik inmiddels een stukje verwijderd ben van dat gevoel wat ik zo graag vast wilde houden. Die, wat heb ik nu werkelijk nodig – layback – creatieve vibe is ondergesneeuwd geraakt in mijn sportmanie en studie. Sure, school is echt iets wat moet aangezien het mijn laatste jaar is. But still.. het klinkt wel als een enorm excuus. En laat ik daar net van af willen stappen. Nergens geen doekjes om winden, say it like it is maakt alles een stuk minder gecompliceerd. Gedoe is nergens voor nodig.

Bob Dylan zei het al, “All I can be is me, whoever that is”. Laten we dat eens doorvoeren, al is het maar in het laatste deel van de maand Maart. Of als fresh kick of in de lente. En niet alleen legends doen van die geweldige uitspraken. Gewoon op de donderdagochtend op twitter, van my friend.

mcsteef

Legian street

Legian, een van de plaatsjes om Kuta heen waar we nog niet geweest zijn. Het uitgaansgebied met discotheken, restaurantjes en loungebars. We hebben afgesproken bij het monument, omdat we met twee taksi’s rijden. Uiteraard gaat dit fout. Waar de ene helft al 20minuten voor het monument wacht, komt de andere helft uit de andere kant van de straat aangewandeld op hun dooie akkertje.

Hongerig als we zijn lopen we meteen door naar Vi Ai Pi. Een restaurant en uitgaansgelegenheid met goed eten en een liveband. Al gauw ontdekken de mannen de cocktailkaart. Van de babymomma’s tot captainjack in het toevallige happy hour, zit ik aan de sparkling water.

De band vraagt om verzoekjes of guest singers en ja hoor daar gaan we weer. Synchroon wijzen alle 7 vingers mijn kant uit. De zanger bleeert mijn naam terwijl Joyce “no she can sing great” roept. Helaas kent hij Lola van the Kinks niet, dus moet hij maar de rest van de avond Lolalita Lolaaa tussen de nummers door roepen. Great, dat op een avond als ik door de beginnende longontsteking aan mijn anitibioticakuur zit en cocktails off limit zijn.
Niet begrijpende waarom ik niet drink, roept oom Fred nog dat ik van hem alles mag.

imageDe bediening is al gauw het slachtoffer van de slechte grappen die de mannen opgooien terwijl de band hun lijst van verzoekjes speelt. Zelf vinden ze alles geweldig grappig, op de momenten dat wij wel door onze stoel heen willen zakken. Waar zij het vierde rondje van het happy hour in gaan, eet ik voldaan mijn toetje.

Playbacken is voor de ladies as wild as it goes. Oke, van de sparkling water ga ik naar de cola. Zo rebels. De mannen willen nog lang niet weg en duiken met zijn viertjes Legian in. Wij proberen de Sky bar, maar vertrekken al snel bij het aanzicht van alle prostituees die om de onsmakelijke Europeanen heen hangen. Nog even hiphoppen in een Aussie club en al nagelbijtend vertrekken we. White people kunnen dus nog steeds niet allemaal dansen en het is hartverscheurend om te kijken hoe iemand onze geliefde muziek met zijn spastische moves zoveel schade aandoet. Voordat we gaan battelen of agressief worden door de dronken blonde schrielkipjes, gaan we braaf weg met een taksi.

Tropical rain

Een hele dag hebben we Kelly weer moeten missen. Tijd voor een gezamenlijk diner at Kuta square. Het sportcafe it is. Even een andere omgeving dan de warungs en resto’s waar we eerder geweest zijn.

Vanaf loungebanken op de veranda met een uitzicht op de tropische tuin en kuta square, zitten wij prima. Met een Italiaanse chef is het eten weer wat anders dan een nasi campur of sapi gule. We vermaken ons hier prima. Al kuchend de hele avond, dacht Joyce dat ik met consumptie hoestte. But no, het is een tropische regenbui. De bomen waaien alle kanten uit, de overdekking van de veranda wappert als een vlag op een piratenschip en door de straten golft het regenwater. Er is niets anders te doen dan wachten tot het minder wordt.

Een halfuur later ziet het er niet naar uit dat het ophoud. Wanneer het onweer zich bij de regen in het droge seizoen voegt, willen de dames toch graag terug naar het hotel. Met een sarong om de schouder, slippers in de hand, stappen we blootvoets in de eerste de beste taksi. De chauffeur is lang niet zo nerveus als wij zijn en rijd rustig door het stijgende water. Bang dat het water door de deuren komt zitten we met opgetrokken benen op de achterbank terwijl daddy op zijn gemakje een gesprek voert over de countryband van onze chauffeur. Het gesprek is zo gezellig dat we in het noodweer verkeerd rijden.

Na 4 weken in Indonesie heb ik Martin zo opgevoed dat hij overal “please” achter zegt. En zelfs Alan, die tegen iedereen Nederlands blijft spreken en soms voor het gemak wat harder en het 2keer herhaald, spreekt ineens Engels bij het uitstappen. “Hello, thank you” zegt hij tegen de man van het hotel die de autodeur voor hem opent.

Eenmaal bij het hotel haasten we ons naar boven voor een douche. Naja, eentje zonder modder en takken die om je heen slingeren tussen de straten door.